1.2 De uitzonderlijke rijkdom van zeewater

Water is het voornaamste samenstellende element van het menselijk lichaam. Watermoleculen bevinden zich zowel in het intracellulair compartiment van de cel als eromheen.

Wij bespreken hier het extracellulair vocht.

Extracellulair zoutig vocht is aanwezig bij de bevruchting van de eicel door de spermatozoïde. Vanaf zijn baarmoederlijk leven baadt de foetus in een isotoon vruchtwater (9g/l zout) en hijzelf heeft 94% inwendig lichaamsvocht. Met de geboorte bevat de baby nog 80% extracellulair vocht. In het lichaam van een volwassene stroomt ongeveer 70% van deze zoutoplossing, zowat hetzelfde percentage water als dat wat het aardoppervlak bedekt.

Een watertekort heeft steeds algemene degradatie van de terreinen tot gevolg of het nu gaat over onze moeder aarde of ons lichaamsweefsel.
Wij kunnen niet verder leven mocht deze essentiële zoutoplossing niet doorheen ons lichaam vloeien en mocht het water afwezig zijn op de planeet Aarde.
Uitdroging, degeneratie door pollutie, demineralisatie en uitermate verhoging van de temperatuur van het inwendig lichaamsvocht (waar zich onmisbare chemische reacties eigen aan het cel-leven plaatsvinden) zijn een doodsgevaar!

Het is de Franse bioloog René Quinton (1866-1925) die zich, zoals dat heel dikwijls gebeurt, via een toevalligheid lanceert in een passievol wetenschappelijk avontuur dat de uitzonderlijke rijkdom van het zeewater zal bewijzen.
Alles is begonnen bij het vinden van een adder.
In 1895, tijdens een verblijf op de familiale eigendom in de Bourgogne, ontvangt de jonge Quinton, van een plaatselijke boer, een adder. Het dier is verdoofd door de kou. Quinton neemt het beestje mee in de salon en beetje bij beetje, dankzij de kamerwarmte, wordt het slangetje weer wakker.
Voor René Quinton houdt de observatie van dit fenomeen een revelatie in.
“Het is onlogisch dat de natuur organismen heeft gecreëerd om te slapen! Als de adder een winterslaap houdt, is het omdat zijn organisme niet kan reageren op een lage temperatuur. Dit betekent eveneens dat het verschijnen van reptielen op aarde moet hebben plaatsgevonden in een constant warm klimaat”.

Hij nam zijn inlichtingen en zijn intuïtiefs werd bevestigd.
Reptielen zijn ontstaan in de eerste tijden, de temperatuur van de aardbol was zeer hoog en constant, seizoenen bestonden niet.
Als onderzoeker stelt René Quinton zich het epos van de Aarde voor, vanaf de eerste organismen tot aan de mens.
Hij schrijft de synthese in een werkboek dat hij neerlegt in het paleontologisch instituut.
De titel van zijn werk: “De twee polen van het origineel brandpunt: het australe origine van de mens”
Op enkele bladzijden detailleert hij zijn visie op het avontuur van het levende op onze planeet. De Aarde, een primitieve bal in fusie, koelt op het niveau van de polen beetje per beetje af. Deze temperatuur vermindering zet de biotische voorwaarden voor organisch leven op hun plaats. Voor de bioloog ontwikkelt het leven zich rond het cijfer 43°C.
De levenslimiet hangt veel af van de graad van vochtigheid van het milieu. In een droge atmosfeer kun je een dodelijke slag van de warmte hebben aan 35°C, terwijl in een vochtige atmosfeer je overleeft tot 43°C.
Aan 41°C zijn de reacties één en een half actiever dan bij 37°C vanwaar het fysiologische en therapeutisch belang van koorts.
Volgens Quinton begint de vitaliteit te verminderen met de daling van de inwendige temperatuur. De temperatuur is een van de grootste motors in de loop van het evolutieve.

René Quinton zocht deze hypothese te ondersteunen en lanceerde zich in nieuwe studies van zoölogie om na te gaan als de basale temperatuur van de dieren zijn theorie kwam staven. Hij heeft de inwendige secretie van de dieren en de mens geanalyseerd door ervan de temperatuur en het zoutgehalte te meten.
Hij besluit in zijn wet van constante warmte-eenheid: “Wezens dragen in zich de stempel van het originele water, haar temperatuur en haar zoutgehalte. Het leven op Aarde is verschenen bij een temperatuur van 43°C”
Deze zelfde wet wijst aan dat het ‘origine’ van de mens zelfs verschenen is vóór dit van de vogels, en ook voor zekere soorten zoogdieren.

René Quinton kan het daarbij niet laten.
“Wanneer de meest geëvolueerde wezens erin zijn geslaagd binnen in henzelf de thermische voorwaarden van het beginleven te behouden, is het logisch te denken dat diezelfde organismen eveneens de chemische karakteristieken hebben behouden. Door studie van de biologische constanten van de verschillende organismen moet men de chemische samenstelling van het originele milieu kunnen insluiten.”
Hij illustreerde zijn wet van osmotische constante met de volgende bewoordingen:
“Elk levend organisme is een werkelijk zeeaquarium: de deel uitmakende cellen blijven leven in de originele waterige omgevingsfactoren.”

In zijn tijd bewees deze Franse bioloog aan de gehele wereld:

  • zeewater na een procédé van microfiltratie is niet toxisch
  • zeewater bestaat uit therapeutische agenten waar de limieten van gebruik nog moet worden bepaald door oplettend te zijn of het gaat over de hypertonische- (33 g zout per liter) of de isotone (9 g zout per liter) vorm
  • de isotone vorm van zeewater (door toevoeging van bronwater, zo min mogelijk gemineraliseerd), na een procedé van microfiltratie, kan het totale interne milieu vervangen
  • in het isotoon zeewater overleven de meest broze cellen van het menselijk organisme, nl de witte bloedcellen
  • de isotone formulering van zeewater stijgt uit boven het gezouten fysiologisch serum, het gebruik ervan is zeker oordeelkundig.

René Quinton toonde ons de onschadelijkheid van isotoon zeewater of marien-plasma. Hij bewees dat de analogie in chemische samenstelling tussen het bloedplasma en zeewater (dat werd gebracht op de initiale isotone concentratie (9‰ zoutgehalte) van het lichaam) bestaat. De overeenkomst van de aanwezige minerale zouten in dit marien-plasma met deze van het bloed speelt zeer gunstig in om de weefsels en de cellen van het menselijk lichaam weer op te bouwen.
Hij testte eerst zijn marien-plasma op dieren. Hij spoot isotoon zeewater in bij een hond die hij eerst liet uitbloeden. De hond was buiten elke bewustheid en zijn toestand was zo precair dat hij geen toxische belasting zou kunnen tolereren. Het geïnjecteerde marien-plasma veroorzaakte geen enkele agressiviteit. In tegendeel, het activeerde een vlugge heropbouw van het bloedweefsel. Na de inspuiting kwam de hond weer op zijn vier poten te staan. Vijftien dagen later toonden de resultaten van het bloedonderzoek aan dat het bloed een normaal beeld gaf en rijker was dan vóór het experiment.

Eenmaal volledig de niet-toxiciteit van het isotoon zeewater bewezen, begon René Quinton zijn klinische proefnemingen op mensen.
Deze proefnemingen, alsook deze van meerdere geïnteresseerde dokters voor zijn methode, hebben aangetoond dat marien-plasma het verzwakte inwendige milieu van de patiënt helemaal heropbouwt. De cellen van het zieke lichaam kunnen opnieuw alle moleculaire elementen putten die hun nodig zijn voor hun welzijn en de heropbouw van hun gezondheidstoestand. (het opnieuw verkrijgen van de ideale inwendige karakteristieken)
Door toediening van isotoon zeewater wordt de integriteit van het inwendig milieu verzekerd. Haar regulerende acties bewerkstelligen de homeostase, de  metabolische zelfregulering.

Het is te betreuren dat sinds deze tijd, eind 1800 – begin 1900, de operatiezalen de behaalde resultaten van het werk van René Quinton zijn vergeten of weigeren toe te passen.
Transfusie met marien-plasma zou veel problemen van verenigbaarheid met vreemd bloed voorkomen. Tevens zou het de bloedproductie met meer zekerheid regenereren.
Isotoon zeewater is een goed mineraliserend agens voor het levend organsime, het reinigt het inwendige lichaamsvocht.

Zeewater-therapie van Quinton’ is eveneens aanbevolen bij zwangerschap. Zij kan secondaire effecten zoals moeheid en misselijkheid wegnemen. Het daadwerkelijke van deze therapie beperkt zelfs het risico op vroegtijdige bevalling of miskraam.
Het innemen van isotoon zeewater is een grondige behandeling. Door de introductie van de oorspronkelijke chemische informaties regenereert het weefsel. Het heropgebouwde inwendig lichaamsvocht zet eveneens het natuurlijke afweersysteem weer op punt.
In het begin van de twintigste eeuw heeft het marien-plasma, in de praktijk van zee-dispensaria, miljoenen mensenlevens gered. Het verhielp vergiftigingsverschijnselen bij zuigelingen, ontwikkelingsstoornis en voedingsstoornissen, cholera en tuberculose.
De opkomst van de antibiotica en de moderne methodes van reanimatie hebben jammer genoeg een niet gerechtvaardigde desinteresse voor de methode (waarvan de deugdelijkheid en de onschadelijkheid waren bewezen) met zich meegebracht.
Huidige geavanceerde opzoekingen tonen aan dat de op de markt zijnde ampullen en literflessen van gezuiverd zeewater, althans deze van onherroepelijke kwaliteit en absolute veiligheid, veel meer zijn dan een simpele zoutoplossing. Het zijn ware samengestelde colloïdale oplossingen. Hun osmotische druk is werkelijk natuurlijk therapeutisch.
Ze zijn een totaalsysteem waarin zeer kleine deeltjes in suspensie zijn en zich onmiddellijk in het vocht van de inwendige secretie (het terrein) aanpassen. De biodisponibiliteit van marien-plasma regelt een zeer groot aantal gezondheidsproblemen.

1.3 “H2O is de fundamentele molecule van het leven”